Van 1996 tot 2000:
8. SURABAYA
Indonesië verwelkomde ons met een warme deken van vochtige lucht, het rook er naar kretek sigaretten en het was er een drukte van belang. We hadden het direct erg naar onze zin in Surabaya. De Indonesische cultuur, de kunst, de klederdrachten, het eten en drinken, de muziek, en het dansen – het is allemaal veel verfijnder en eleganter dan in Afrika.
Appartement
Het Sheraton Surabaya was nog maar een halfjaar open en de bouw was nog niet helemaal voltooid toen wij aankwamen. Ook ons appartement moest nog worden afgemaakt, dus trokken we voorlopig in een suite.
Na een paar maanden was ons appartement klaar en kon Yoka aan de slag om het te laten inrichten. Er was bij het hotel een Chinees-Amerikaanse binnenhuisarchitect betrokken. Manny Samson was een heel professionele en artistieke man die ons met raad en daad terzijde stond. Hij kwam van een architectenbureau uit Los Angeles en had veel internationale ervaring. We kregen van de heer Tedja, de eigenaar van het hotel (zie kader De familie Tedja), een budget voor ons interieur. Samson ging met Yoka aan het werk. Het resultaat mocht er zijn, we kregen een heel smaakvol, ruim en licht ingerichte flat op de twaalfde etage. Er was een ruime keuken met een aparte ingang voor het personeel, vier slaapkamers en drie badkamers, een ruime lounge en een eetkamer. Verder hadden we een groot balkon, maar daarvan maakten we vanwege het warme en vochtige weer nauwelijks gebruik.
Religieuze luidsprekers
We dachten dat we rustig konden wonen in onze nieuwe flat. De eerste nacht werden we uit onze slaap gehouden door de motoren van de liften, die pal achter onze slaapkamer de hele nacht op en neer gingen. Toen werd er ’s morgens om vijf uur vanuit een moskee vlak naast het hotel, via grote luidsprekers gebeden. Een oorverdovend kabaal. Het geluid kaatste nog eens af tegen de grote, blinde zijmuren van het winkelcentrum en kwam met volle kracht onze slaapkamer in. Hier was weinig aan te doen. De heer Tedja had de imam van de moskee al eens betaald om het geluid wat zachter te zetten, maar na een paar dagen gingen ze er weer keihard tegenaan. Robert liet dubbele ramen installeren in de slaapkamer, maar ook dat hielp niet afdoende. Als de grote speakers ’s morgens vroeg met een luide klik werden aangezet, zat Robert al gefrustreerd rechtop in bed. Toen kocht hij oordopjes en hij heeft daar de vier jaar dat we in Surabaya waren mee geslapen. Het lawaai van de moskee nam nog toe gedurende de jaarlijkse ramadanmaand en de daarop volgende Eid Al Fitr-festiviteiten. Dan werd er 24 uur per dag ononderbroken gezongen, gepreekt en gebeden dat het een lieve lust was. We hebben tijdens onze jaren in het Midden-Oosten nooit zoveel last gehad van de moskeeluidsprekers als in Surabaya.
Rattenplaag
Wat ons ook regelmatig uit onze slaap hield waren de ratten die tussen de plafonds en vloeren door renden. Deze beesten vochten boven ons hoofd met veel kabaal op leven en dood. Het bleek dat na het afbreken van de kampong, op de plek waar nu het hotel staat, duizenden ratten een goed heenkomen hadden gezocht. Reeds tijdens de bouw van het hotel hadden vele ratten er hun intrek genomen. De honderden bouwvakkers die hadden gewerkt aan de constructie, brachten kleine mandjes en pannetjes eten mee. Daar gingen ze nogal slordig mee om, dus de ratten wisten er wel raad mee. De etensluchtjes uit de hotelkeukens lokten nog meer ratten onze kant op. Er was wel een firma aangenomen om de ratten en ander ongedierte te bestrijden, maar die was verre van succesvol. Een andere firma plaatste overal plankjes met een dikke laag lijm en strooiden gif. De rattenbevolking nam toen in aantal aardig af: soms vingen ze op één dag wel zeventig ratten.
Een raar luchtje
Een andere erfenis van de bouwperiode was een doordringende urinelucht in sommige delen van het hotel. Het bleek dat de bouwvakkers, die bijna twee jaar lang aan het werk waren geweest, nooit de moeite namen uit het betonnen skelet van het hotel naar beneden te gaan, als ze naar het toilet moesten. Ze deden hun behoefte altijd op een verdekt plekje achter of in een nieuw gestorte betonnen paal, trap of vloer. De geur was nog maanden na de opening van het hotel aanwezig en moeilijk uit te leggen aan de gasten die dit niet verwachtten van een luxe vijfsterrenhotel.
Niets voor niets
We konden van ons appartement met een aparte lift naar de hotellobby en vandaar het aangrenzende winkelcentrum in lopen. We kregen een Mercedes met chauffeur. Deze auto was oorspronkelijk van mevrouw Tedja, maar hoewel zij altijd werd begeleid door haar persoonlijke bodyguard, voelde ze zich niet veilig. Daarom kregen wij haar auto. De ongerustheid van mevrouw Tedja was niet ongegrond. De Chinese bevolkingsgroep in Indonesië bevindt zich in een gevaarlijke en kwetsbare positie. Omdat zij slim zijn, hard werken en goed kunnen omgaan met de overal aanwezige corruptie, hebben zij veel geld en bezit. In de Indonesische economie hebben zij de touwtjes in handen. Daarnaast hebben zij veel relaties met Chinezen in Singapore en China en werken daar nauw mee samen. In het boek The Lords of the Rim wordt dit sterke en vaak aan misdaad gekoppelde netwerk uitvoerig beschreven.
Wij hadden veel plezier van onze Mercedes met de chauffeur Didi. Indonesië is het enige land waar wij nooit zelf auto hebben gereden. Het chaotische en gevaarlijke verkeer en de slechte bewegwijzering heeft ons daarvan weerhouden.
Didi was een heel aardige man en hij bracht ons overal naartoe. Als we iets gingen kopen of naar een restaurant, de tandarts of de dokter gingen, vroeg Didi altijd vol belangstelling of alles naar wens was, wat we gekocht hadden en hoeveel we ervoor hadden betaald. We dachten dat het alleen maar belangstelling was. Na enige tijd vonden we uit dat Didi, als wij weer thuis waren, terugging naar het adres waar we iets gekocht hadden. Hij claimde dan dat wij die plek voor onze inkopen hadden gekozen dankzij zijn aanbeveling. Daarvoor kreeg hij commissie. Zo gaat dat in het corrupte Indonesië, niets voor niets.
Lokaal personeel
In het hotel werkten ruim 350 personeelsleden, allemaal jonge mensen tussen 20 en 35 jaar. De afdelingshoofden waren in het begin vrijwel allemaal Australiërs, aangetrokken voor het opstarten en openen van het hotel. Om de personeelskosten omlaag te brengen, moest Robert hen op termijn vervangen door lokaal personeel. Het was opvallend dat de nieuwe afdelingshoofden vrijwel allemaal afgestudeerde mensen waren van Chinese origine – slimme en snelle werkers die goed Engels spraken en leiding konden geven. De Indonesiërs vervulden de lagere functies.
Dimsum op zondag
De gasten van Sheraton Surabaya konden kiezen uit zes restaurants (zie kader Het hotel), waaronder het Chinese Lung Yuan restaurant. Ook wij genoten er regelmatig van de heerlijke gerechten. In dit restaurant werkte een team van uit Hong Kong geïmporteerde koks. De chef verdiende $ 5000 per maand, de souschef $ 3500 en de dimsum chef $ 2500 per maand. Dan hadden ze nog gratis kost en inwoning. Dit waren zeer hoge salarissen en het was een hele dobber om dat restaurant rendabel te maken. Op zondagochtend zat het bomvol met Chinese families die kwamen om dimsum te eten. De kinderen renden door het hotel en klommen op de trappen, vaak nagezeten door de babysitters die niet aan tafel mochten zitten, maar druk in de weer waren met de kleine Chineesjes.
Pech voor de goudvissen
In het restaurant Cafe Bromo, genoemd naar een vulkaan die in de buurt van Surabaya ligt, werden dagelijks de heerlijkste Indonesische gerechten en buffetten geserveerd. De hoge ramen keken uit op de prachtige, tropische binnentuin en het zwembad. Onder de ramen lagen vijvers met waterlelies en prachtige, grote goudvissen. Half boven de vijvers waren terrassen van hardhouten vloerdelen geconstrueerd. Als het weer het toeliet, organiseerden we daar BBQ’s voor de hotelgasten. Plotseling viel Robert op dat de mooie goudvissen uit de vijvers verdwenen waren. Na wat onderzoek en navragen bleek dat de schoonmaakploeg van het hotel zijn werk na afloop van de BBQ grondig had gedaan. Ze hadden de houten terrassen geschrobd en maakten daarbij gebruik van agressieve schoonmaakmiddelen. Veel van dit spul was tussen de vloerdelen door in de vijvers terechtgekomen en alle vissen hadden het loodje gelegd. Dit heeft zich ondanks alle waarschuwingen nog twee maal herhaald. We waren een goede klant bij het tuincentrum waar de goudvissen werden verkocht.
Vergankelijke kunst
Er waren twee Balinese artiesten in vaste dienst. Zij maakten in hun atelier uit piepschuim schitterende beelden, dieren, drakenkoppen, pilaren en andere versieringen voor de restaurants en voor de feesten en bruiloften in de zalen. Ook maakten ze schilderijen en muurschilderingen en op bestelling logo’s van firma’s die in het hotel vergaderden of iets te vieren hadden. Prachtige, kleurige kunststukjes, die altijd maar een kort leven leidden. Na een week of twee was er niets meer van over.
Ongewenste importwoorden
Toen wij nog maar kort in Surabaya waren, zagen we een mannetje met een ladder en een pot verf die bij winkels de Engelse woorden op uithangborden, reclameopschriften en posters met een dikke laag verf bedekte. Het bleek dat het gemeentebestuur opdracht had gegeven om, in het belang van het beschermen van de Indonesische cultuur en de Indonesische taal, alle invloeden van buiten te verbieden. Daaronder vielen de reclameopschriften op de gevels van de winkels. Dus woorden zoals laundry, hamburger, pizza, internetcafé, sale, discount, Marlboro cigarettes en showroom werden verboden en moesten verwijderd worden. Omdat veel winkeliers dat aan hun laars lapten, kwam het mannetje met de pot verf en maakte er korte metten mee. Weg met die vervuilende importwoorden.
Golf in Surabaya
Ongeveer 45 minuten rijden van Surabaya ligt Pringen, waar dicht bij de bergen een golf course van wereldklasse ligt, genaamd Finna. We leerden de Amerikaanse manager van de Finna-golf course goed kennen en speelden daar regelmatig golf met hem. Er gaan dan altijd vrouwelijke caddies mee die achter op je golfkarretje plaatsnemen. Zij geven aanwijzingen, maken de ballen schoon, geven je club aan en vinden de ballen terug die je het bos of de struiken in slaat. Die meisjes spreken nauwelijks Engels. Om zich tegen de grote hitte te beschermen, zijn ze heel dik aangekleed en dragen ze wollen sjaals en handschoenen.

Zonsopgang?
Robert-Paul en Ellen kwamen al snel over uit Nederland om poolshoogte te nemen in onze nieuwe woonomgeving. Ze vonden het een heel leuke vakantiebestemming en we maakten menig tochtje in de omgeving. Zo hadden we gehoord dat de zonsopgang bij Mount Bromo adembenemend was en dat wilden we graag zien. We gingen een dag van tevoren de bergen in en reden uren om een klein hotelletje te vinden aan de voet van de berg. We maakten afspraken om de volgende ochtend om vier uur met een speciale 4x4-auto de berg op te rijden. We waren om drie uur op. Het was heel koud en we huurden wintersportjacks van het hotel. We reden in het donker de berg op en voegden ons bij ongeveer veertig andere toeristen aan de rand van de berg. Het was koud, mistig en donker. Er was niet veel te zien. We wachtten geduldig tot het licht werd, maar de berg bleef in een dichte mist gehuld. Zo stonden we nog een paar uurtjes in de kou, maar er veranderde niets aan de situatie. We zagen geen zon opkomen en reden onverrichter zake weer de berg af. We dachten nog even terug aan de barre voettocht door het regenwoud in Uganda, toen we na uren rondtrekken geen gorilla’s hadden gevonden. Nu was het de zon die ons in de steek liet.
IKEA op Java
Ellen maakte met een paar vrienden een grote 'back packers'-trektocht door Java, Bali en Lombok. Ze had een fantastische reis en gaf per dag een paar euro uit aan eten, drinken en de overnachtingen.
Ook gingen wij met de trein van Surabaya naar Jokjakarta en Solo in het hart van Java. We bezochten veel tempels en musea. Een hoogtepunt was de gigantische, boeddhistische tempel de Borobudur. Maar we gingen ook naar veel andere tempels, markten en bezochten het dorpje Klaten, waar huis aan huis prachtige, nostalgische meubelfabriekjes zijn. We vonden daar een vrij grote fabriek waar duizenden rotanstoelen, tafels en manden werden gemaakt voor IKEA. De stoelen en manden die klaar waren voor verscheping, stonden opgestapeld met de IKEA barcodekaartjes er al aan.

Bruiloft op Bali
De ligging van Surabaya is heel gunstig voor een bezoek aan Bali. Dit is het eerstvolgende eiland in de reeks van eilanden die ook wel de gordel van smaragd genoemd wordt. Het is minder dan een uur vliegen en een retour vliegticket kostte nog geen honderd dollar. Op Bali zijn twee zeer luxe Sheraton Hotels en we hebben gedurende de vier jaar dat we in Surabaya woonden menig Bali-tripje gemaakt. Het waren altijd fantastische reisjes. We genoten van de cultuur, de kunst, het eten, de stranden en zwembaden. We speelden een paar keer op de weelderige, tropische golfbanen en kochten menig kunstwerkje in de kleine winkeltjes en markten die over het hele eiland verspreid zijn. In de Sheraton Hotels op Bali werden we altijd heel erg verwend met schitterende suites waar je rechtstreeks van je privé-terras in het zwembad kunt springen.
Twee keer waren we op Bali uitgenodigd voor een echte Hindoestaanse, ceremoniële bruiloft. Het waren werknemers van ons hotel die van Bali kwamen en besloten daar te gaan trouwen. We gingen erheen gekleed in Indonesische batik shirts, sarong en kabaya en waren de hele dag nauw betrokken bij alle rituelen en maaltijden die bij zo’n bruiloft horen. Er werden offers gebracht, er waren priesters druk in de weer en de bruid en bruidegom werden op draagstoelen binnengebracht. Er speelden grote gamelanorkesten en er werd prachtig gedanst.
Lombok
We vlogen ook naar Lombok en bezochten het hotel waar Robert toen we nog in Nairobi woonden voor gevraagd was als General Manager. Het was zeker geen slecht hotel, maar veel kleiner en minder enerverend en spannend dan wij gewend waren. De General Manager van dit Sheraton op Lombok was Josef Sorger, een goede vriend van ons. Robert had nauw met hem samengewerkt in Sydney. Hij verwende ons door ons onder te brengen in een villa met privé-zwembad aan het strand. We hadden er een fantastische tijd. De sfeer op Lombok is echter heel anders als op Bali. Lombok is een moslim-eiland en Bali is Hindoestaans. Dat maakt een verschil van dag en nacht in vrijwel alle uitingen in de samenleving. Op Lombok bezochten we plekken waar de komodovaranen leven. Dit zijn bijna drie meter lange hagedissen die zich als voorwereldlijke monsters voortbewegen en niet geheel ongevaarlijk voor mensen zijn. Zij verslinden graag af en toe een geitje of een paar kippen.
De economie stort in
In het Sheraton Surabaya gingen de zaken steeds beter en de omzet en winstmarges gingen de goede kant op. Toen stortte de Indonesische economie in. De aandelen op de beurs waren vrijwel niets meer waard en de roepia devalueerde met 300 procent. Veel bedrijven konden plotseling het hoofd niet meer boven water houden. Buitenlandse valuta werden onbetaalbaar en wie schulden in het buitenland had – dat hadden de meeste zakenmensen – kon die met geen mogelijkheid meer aflossen. Ook de familie Tedja zat diep in de problemen. Er kwamen onderhandelingen op gang om het managementcontract van Sheraton aan te passen aan de nieuwe situatie. Het was voor ons persoonlijk een heel goede tijd, want Roberts salaris was volgens het contract in dollars en die waren plotseling 300 keer zoveel waard. We kochten heel wat leuke spullen waaronder een prachtige golfset, voor heel weinig geld.
Luchtlijn naar Nederland
Een paar maanden voor deze economische en valutaproblemen had de KLM besloten om Surabaya op te nemen in hun vluchtschema. De lijn van Singapore naar Bali zou voortaan ook landen in Surabaya. Dat was voor ons een goede zaak. Er werd in de balzaal van het hotel een groot feest georganiseerd om de nieuwe luchtlijn te introduceren bij de zaken- en reiswereld. We maakten er een paar keer gebruik van, maar binnen een half jaar gaf de KLM het weer op en werd Surabaya uit het schema verwijderd. Er waren niet voldoende passagiers en de verkoop van tickets was nogal tegengevallen

Charity
Yoka was in Surabaya actief lid van de International Women Association. Ze had het erg naar haar zin en was nauw betrokken bij de vele activiteiten van de vereniging. Zo kwamen we in contact met een Amerikaan, Mark Schlansky. Hij had de leiding over de organisatie Uplift. Deze charity-firma werd gesponsord door grote Amerikaanse multinationals zoals Motorola, Procter and Gamble, Ford, Boeing, Caterpillar en Levi Strauss. Uplift had als project het invliegen van een vrachtjumbo, geladen met medicijnen ter waarde van 1,7 miljoen dollar. Yoka werd gevraagd om met de leden van de International Women Association mee te helpen met de ontvangst en distributie van deze voorraad medicijnen. Er kwamen vrachtauto’s vol dozen met gratis medicijnen voor kinderziekenhuizen en bejaardentehuizen. We stelden een leeg appartement in het hotel ter beschikking en werkten hard aan de logistiek van de distributie. Er werden twee persconferenties gehouden. Een heel karwei maar met een heel goede afloop. Dat Yoka zo betrokken was, was de leden opgevallen en ze werd gevraagd voor een functie in het bestuur. Ook dat ging prima en een jaar later werd ze gekozen als voorzitter. Ze heeft dat twee jaar met plezier en grote inzet gedaan.
We kwamen in aanraking met de Nederlandse mevrouw Soetopo. Zij was begin tachtig en de directrice van een school voor blinde kinderen. Ze nodigde ons uit om te komen kijken op haar school. Dat was een heel emotionele ervaring. Het is hartverscheurend om te zien hoe die kinderen, van wie de meesten blind geboren zijn, met behulp van speciale leermiddelen leren lezen en rekenen. Ze krijgen onderwijs in muziek, geschiedenis en aardrijkskunde. We besloten om mevrouw Soetopo te helpen en we organiseerden bij de Skal Club een 'fund raising galadiner'. We hielden een veiling en waren in staat 20.000 dollar op te halen. Dit bedrag overhandigden we feestelijk aan mevrouw Soetopo. Er werden nieuwe toiletten en een nieuwe keuken in de school gebouwd. We brachten nog een paar keer een bezoek aan de school en werden door de kinderen luid toegezongen.
Clubleven
Robert was lid van een club van mensen die werkzaam zijn in de reiswereld. Dit is de Skal Club en die heeft afdelingen en leden over de hele wereld. Na een jaar was Robert de voorzitter. Er was ook een Skal Club in Jakarta en op Bali en Robert werd gevraagd landelijk voorzitter te worden. Dat leverde menig tripje naar Jakarta en Bali op. Er werd veel gepraat over het functioneren van de reiswereld en het toerisme, maar ook werd er menig feest gehouden waar we goede herinneringen aan bewaren.
De Hollandse gemeenschap in en rond Surabaya had al vele jaren een actieve vereniging. Er werd van alles georganiseerd, met als hoogtepunt het jaarlijkse carnaval in de Heinekenbrouwerij. We sloten ons aan bij de club en werden na een jaar opgenomen in het organisatiecomité van het carnaval. Van het een kwam het ander en Yoka begon op te treden in het gezelschap van de dansmariekes en Robert trad toe tot de raad van elf. Het waren heel vrolijke dagen waarbij we heel actief meehielpen met het werven van sponsors, het versieren van de zaal en het uitvoeren van het programma.
De vereniging had een maandblad dat een nieuwe hoofdredacteur en redactie nodig had. Die taak namen we op ons en met behulp van een pagemaker softwareprogramma maakten we thuis het maandblad. We verkochten advertenties om de kosten te dekken. We noemden het blaadje De Knalpot. Het woord Knalpot is immers veel te zien in de straten in Indonesië en het heeft in beide talen dezelfde betekenis. En omdat er een dempend effect van uitgaat indien er te veel lawaai is, leek dit ons een goede naam voor ons verenigingsblad.
Met de leden organiseerden wij onder andere tennistoernooien op het tenniscomplex van het hotel of bij het Hilton.
Yoka wordt geopereerd
Eind 1999 kreeg Yoka veel last van haar buik. Ze liet zich onderzoeken door een gynaecoloog. Deze dokter vond het nodig dat Yoka geopereerd zou worden. We wilden graag een 'second opinion' van buiten Indonesië. Robert moest voor een vergadering van Sheraton een weekje naar Perth in Australië en Yoka besloot mee te gaan om daar een dokter te raadplegen. De Australische gynaecoloog die Yoka onderzocht, bevestigde in een uitvoerig rapport dat ze geopereerd moest worden. Omdat Perth nogal ver van Surabaya is, keken we of er nog andere locaties waren. Na wat rondvragen kregen we te horen dat de medische verzorging in Singapore op heel hoog niveau staat. We maakten een afspraak met een Engelse gynaecoloog die werkzaam was in een van de beste ziekenhuizen in Singapore. We gingen erheen en waren onder de indruk van de professionele aanpak, maar ook van de luxe omstandigheden waarin de specialisten daar hun particuliere patiënten ontvangen en behandelen. Yoka werd door een aantal doktoren nog eens grondig onderzocht. Na de operatie zou ze nog ongeveer een week in het ziekenhuis blijven, maar moest daarna nog een tijdje rustig aan doen en niet te snel terugkeren naar Surabaya. Robert sprak over deze situatie met zijn in Singapore gestationeerde directie en die boden direct volop hulp aan. Alle kosten werden vergoed door de Amerikaanse verzekering en er werd een luxe suite gereserveerd op de bovenste etage van het Westin Stamford Singapore voor na de operatie. Alles verliep volgens plan en Yoka werd geopereerd. Ze kon een week na de operatie in haar schitterende penthouse vanuit bed kijken naar de indrukwekkende skyline en havens van Singapore. Ze verbleef bijna twee weken in het hotel en Robert vloog een paar keer heen en weer tussen Surabaya en Singapore. De goede afloop van de operatie is zeker ook te danken aan de uitstekende nazorg en de medewerking van velen die zich zorgen maakten over Yoka’s gezondheid.
Koloniale nostalgie
Dicht bij het Sheraton in het hartje van de stad lag een prachtig, klein, nostalgisch hotel. Het Majapahit is genoemd naar een oud koninklijk geslacht dat honderden jaren geleden in die regio had geheerst. Het werd nu geëxploiteerd door de beroemde Raffles-groep uit Singapore. Vroeger, in de Nederlandse tijd, was dit het Oranje hotel. We kwamen er graag, er was een prachtig zwembad, er waren grote koloniale suites en een heel goed Chinees restaurant.
Een van onze goede vrienden in Indonesië was Roger Johannes. We hadden hem en zijn vrouw Mieke leren kennen in Dubai en nu waren we samen aan het werk in Indonesië. Roger was hier directeur van de KLM en had zijn kantoor in Jakarta. Hij was geboren in Indonesië en had als kind in Surabaya gewoond. Roger en Mieke kwamen met zijn ouders een paar dagen naar Surabaya en we gingen met zijn allen eten in het Majapahit Hotel. In de hal was een expositie over de geschiedenis van het hotel. Er hingen grote, ingelijste, ouderwetse, nostalgische foto’s van de beginjaren van het hotel. We zagen de oud-Indische kolonialistische plaatjes. Plotseling ontdekte de vader van Roger Johannes een groepsfoto waarop hij als kind stond. De foto was een jaar of 70 geleden gemaakt en het was natuurlijk prachtig dat de heer Johannes senior dit hier terugvond. We lieten een kopie maken en die nam de heer Johannes senior vol trots mee terug naar Nederland.
Politiezaken
Op een dag werd Robert gewaarschuwd door het hoofd van de security-afdeling van het hotel dat er iets was gebeurd in kamer 1717. Robert ging met de security-medewerkers naar de kamer. De deur was op slot. Robert opende de deur met zijn masterkey en er lag een vrij jong meisje in bed. Ze lag bewegingloos, met grote wonden op haar polsen. Op het nachtkastje stond een fles water en er lag een briefje. Robert voelde haar pols, maar die was koud en er was geen hartslag. De eerste indruk leek op zelfmoord. We belden de politie, die kwam met tien man sterk. Na wat heen en weer vragen startten ze een onderzoek; er kwam een dokter, een fotograaf en nog wat andere politiemedewerkers. Ze voelden het hotelpersoneel uitvoerig aan de tand, vooral een jongen van de huishoudelijke dienst. Die vertelde namelijk dat hij de vorige avond door deze kamer 1717 gebeld was met de vraag een spuitbus insecticide te brengen. Volgens eigen zeggen had hij het meisje de spuitbus aangereikt door een half geopende deur. In Indonesië worden met behulp van deze spuitbussen nogal wat moorden en zelfmoorden gepleegd, maar het is geen snelle dood. Dit kwam overeen met wat de dokter constateerde. Het was een verwarrende situatie. De politieambtenaren en de dokter spraken geen Engels. Na een paar uur werd het lijk opgehaald door een ambulance en afgevoerd via de personeelsliften en achterdeur van het hotel. De bewuste hotelkamer werd door de politie verzegeld en niemand mocht de kamer betreden. Het bleek dat deze kamer was geboekt door iemand met een tegoedbon voor een gratis overnachting. Hij had die bon aan een vriend gegeven en die had hem weer doorgegeven aan iemand anders. Al deze verhalen maakten de zaak zeer ingewikkeld. Robert had sterk de indruk dat het geen zelfmoord was, maar gewoon een moordzaak. Hij maakte een rapport van het gebeurde en stuurde dit volgens de procedures die hiervoor bestaan naar het Sheraton-hoofdkantoor. Hij belde de eigenaar van het hotel, de heer Tedja, en stuurde ook hem een kopie van het rapport.
De volgende ochtend stond er een kleurenfoto van het dode meisje in het bed op kamer 1717 op de voorpagina van de krant. Dat was geen goede zaak. Het hotel zou door veel gasten gemeden worden. De heer Tedja was heel boos en vroeg aan Robert waarom hij de politie gebeld had en niet eerst hem had ingelicht. Robert vertelde hem van de procedures die voor dit soort gevallen bestaan en vroeg aan de heer Tedja wat het verschil was geweest als hij hem eerst had gebeld. Hij zei: ‘Wij bellen nooit de politie en lossen dit soort problemen zelf op.’ Robert vroeg hoe hij het dan zou hebben opgelost. ‘Wel,’ zei de heer Tedja, ‘nogal eenvoudig: we laten het lijk gewoon geruisloos verdwijnen, niemand weet ervan en er komt geen negatieve publiciteit over het hotel.’ De politie in Indonesië is heel erg corrupt en de heer Tedja en zijn team gingen druk aan de gang om de pers en politie om te kopen zodat er verder geen nieuws zou zijn over deze zaak. Voor zover we weten ging de zaak in de doofpot, we hebben nooit gehoord dat de dader gepakt werd. We kregen de indruk dat onze reserveringen terugliepen. Het hotelpersoneel was doodsbang en vermeed angstvallig de 17de etage. Er kwamen drie religieuze leiders die op die etage tegen betaling en een maaltijd, ceremonies uitvoerden. Zo was er een mohammedaanse, een christelijke en een hindoestaanse dienst om de kwade geesten uit te drijven.
Een week later stond Robert met een paar personeelsleden in de lift om naar de 26ste etage te gaan. De lift stopte onderweg op de beruchte 17de etage, de deur ging open en er stond niemand. Twee kamermeisjes gilden het uit van angst, ze dachten dat de geest van het vermoorde meisje de lift daar had laten stoppen en de deuren opengedaan. Het heeft nog een jaar geduurd voordat alle commotie rond deze moordzaak was verdwenen en de 17de etage weer een normale bezetting kreeg.
Japanse vredesmissie
De situatie op Oost-Timor, waar men zich met behulp van de Australiërs had vrijgemaakt van Indonesië, was wat tot rust gekomen. Maar er zaten vele honderdduizenden vluchtelingen in kampen. De United Nations voorzag deze mensen via een hulpprogramma van tenten, voedsel, medicijnen en kleding. Veel van die spullen werden door Indonesië zelf geleverd, zodat er op de valreep door velen flink verdiend werd. Het was een probleem om de grote voorraden naar Oost-Timor te vervoeren. De Japanse luchtmacht kwam te hulp. Drie Hercules-vrachtvliegtuigen van de Japanse luchtmacht met ruim 120 man personeel namen het vervoer van de vracht van Surabaya naar Oost-Timor voor hun rekening. Robert ging in onderhandeling met de Japanse consul over de hotelaccommodatie voor de luchtmachtmensen. Hij bleef de concurrentie van Hilton, Shangri-La, Novotel en Westin een stapje voor en kreeg het contract. Dat was veel waard, ruim drie maanden 120 kamers op basis van vol pension vertegenwoordigt een groot stuk inkomen. Door dit contract werd het jaar 1999 voor het Sheraton Surabaya heel mooi afgesloten. De Japanse luchtmachtmensen gedroegen zich heel gedisciplineerd, er ging niets mis. Voor Japan was dit de grootste militaire vredesmissie van na de oorlog. Het was de Japanse regering er veel aan gelegen om dit vlekkeloos te laten verlopen. Er kwamen regelmatig Japanse regeringsvertegenwoordigers over en Japanse pers en cameraploegen om een en ander te bekijken en er verslag van uit te brengen. De Japanners waren voorbeeldige hotelgasten en we vierden met hen een aantal Japanse feestdagen en Kerst en Oud en Nieuw. Er werd gezongen, gegeten en gedronken en de stemming was opperbest. Toen het moment van afscheid was gekomen, had Robert de rode loper laten uitrollen van de hotelliften tot aan de buitendeur. Door een haag van hotelpersoneel liepen de Japanners naar de gereedstaande bussen. Mensen huilden, maakten foto’s en je voelde dat hier niet zomaar een paar doorsnee hotelgasten uitcheckten. We hebben nog groepsfoto’s en een foto van de vliegtuigen als aandenken. Vele jaren later, toen Robert directeur was van het Sheraton Hotel in Abu Dhabi, kwamen daar Japanse luchtmachtofficieren overnachten. Zij waren actief in Irak en mochten terug naar Japan voor vakantie. Tot onze grote verrassing bevond zich onder hen een aantal militairen die ook in het Surabaya Sheraton waren geweest. Zij herkenden Robert toen hij ze in de hotelhal welkom heette. Dat was een ontroerend weerzien.
Verwacht: millennium bug
Oudejaarsavond 2000 stond helemaal in het teken van de computerproblemen die overal werden verwacht. Men vreesde dat de softwareprogramma’s de overgang van het jaartal 1999 naar 2000 niet goed konden verwerken. Alle internationale firma’s, banken, luchtvaartmaatschappijen en regeringen waarschuwden dat het heel moeilijk zou worden. Er waren toen veel bedrijven gespecialiseerd in computertechnologie die veel geld hebben verdiend aan het begeleiden van die overgang. Ook bij Sheraton vreesde men dat er een heleboel mis zou kunnen gaan en er waardevolle cijfers en gegevens verloren zouden gaan of in de war zouden raken. We kregen de opdracht om een hele serie voorzieningen te treffen en ’s nachts om 12 uur allemaal stand-by te zijn en te rapporteren of er iets misging. Er was een soort teleconferentie geregeld met open telefoonlijnen in het hele Asia-Pacific gebied.
Het Sheraton Hotel dat het eerste over de grens van het nieuwe jaar ging, was in Auckland, Nieuw-Zeeland, daarna volgden de hotels aan de oostkust van Australië enzovoorts. We hoorden dat daar geen vuiltje aan de lucht was, de klok sloeg twaalf, het nieuwe jaar begon en de computers draaiden rustig door. Zo ook bij ons in Surabaya. We dronken een extra glaasje champagne en vierden opgelucht het begin van de nieuwe eeuw.
Voorstel van Sami
Kort daarop reisden we naar een Starwood Global Conference van Sheraton in Hawaï. Daar ontmoetten we Sami Zoghbi, de president van de Starwood-divisie Afrika en Midden-Oosten. Die functie bekleedde hij al in onze Kampala-jaren, Robert kende Sami dus heel goed. Sami had Robert jarenlang gezien als zijn 'golden boy', hun relatie was altijd prima geweest. Maar toen Robert in 1995 de voorkeur gaf aan een Sheraton-functie in Indonesië boven die van een door Sami Zoghbi voorgestelde aanstelling in Riaad in Saudi Arabië, was Sami nogal teleurgesteld in Roberts eigenzinnige carrièreplanning. Sami was gewend aan de touwtjes te trekken en te bepalen wie waar werkte, hoe lang, waarom en wat voor beloning er was. Sami’s wil was wet in de regio en omdat Robert niet aan zijn verzoek had toegegeven, veroorzaakte dit een breuk in de relatie met Sami en daardoor ook met de Sheraton-groep.
Dit alles was echter al vijf jaar geleden, de scherpe kantjes waren eraf en de pijn, boosheid en het ongenoegen bij Sami waren weggeëbd. In Hawaï was Sami in een heel goede bui en tijdens een cocktailparty vroeg hij aan Robert: 'Where are you, what are you doing?' En even later: 'I’ve got a very nice job for you.'
De conferentie was een groot succes, we hadden een heel leuke tijd op Hawaï. Het was prachtig weer, we huurden een Ford Mustang cabriolet en toerden met open kap over het eiland. Daar zagen we op een van de stranden voor het eerst kite-surfing. Hierbij gaat de surfer door de harde wind achter een grote vlieger de lucht in en maakt sprongen en salto’s. Een spectaculaire sport die pas jaren later Europa bereikte.
Licht op groen voor Qatar
Een week later waren we terug waren in Surabaya. De human resources afdeling van het hoofdkantoor in Brussel nam contact met Robert op. Ze deden een uitstekende aanbieding voor de General Manager-functie van het Sheraton in Doha, de hoofdstad van Qatar. Dit Sheraton- hotel is een van de belangrijkste vestigingen in het Midden-Oosten en het was een hele eer om voor de topbaan gevraagd te worden. Het contract werd van Brussel naar Surabaya gestuurd. Het zag er prima uit en het was een goede promotie. Na vier jaar Indonesië besloten we de stap te wagen. Robert moest nog wel eerst naar Doha voor een interview met de hoteleigenaren. De regering was eigenaar van het hotel en werd vertegenwoordigd door een Board of Directors, bestaande uit door de regering van Qatar aangestelde hooggeplaatste Arabieren. Dit interview verliep uitstekend en Robert kon zich gelijk al even vergapen aan de superluxe kantoren en auto’s. Het licht stond op groen.
Afscheid
Na een leuk afscheidsfeest in Surabaya met al het personeel en veel relaties verhuisden we begin 2000 na vier jaar Indonesië naar Doha. Het voelde alsof we zo’n beetje de draad weer oppakten van onze jaren in Dubai: terug naar het Midden-Oosten. Het voelde als een goede keuze. Aan onze enerverende, interessante en spannende jaren in Surabaya kwam een einde.
Surabaya door de ogen van Robert en Yoka
Surabaya ligt aan de oostkant van het eiland Java. Het is een overbevolkte stad met ruim 3,5 miljoen inwoners. Het heeft een erg vochtig en heet klimaat. Het verkeer is een enorme chaos en wordt gedomineerd door tienduizenden kleine motoren en bromfietsen. Ze dienen vaak als vervoermiddel voor de hele familie: vader voorop met helm, dan twee kinderen en moeder achterop zonder helm. Dan zijn er nog de roekeloos rijdende bedjaks, taxi’s, bussen en vrachtauto’s. Niemand houdt zich aan de regels, alles rijdt kriskras door elkaar. Strepen op de weg worden, als ze er zijn, volkomen genegeerd. Iedereen laat duidelijk horen dat hij er aankomt en dat de ander opzij moet, het is een kabaal van jewelste. Langs de straten staan duizenden winkeltjes en kleine bedrijfjes. Overal schreeuwen de reclameborden je toe: tegen de gevels, op de winkels, op de huizen en langs wegen en pleinen.
Surabaya heeft veel vrij brede lanen, pleinen en straten met veel groen, de tuinen zijn dichtbegroeid. De stijl van veel huizen weerspiegelt de invloed van de Hollandse jaren. Die invloed is ook te zien in opschriften en namen. Vrijwel iedere garage heeft wel een bord buiten hangen waarop 'knalpot' staat. De kleermaker heeft een bord met 'herstel' en de meubelwinkel een bord met het woord 'meubel'. Er zijn in het Bahasa Indonesisch nog 5000 woorden afgeleid van de Nederlandse taal. We kochten het boekje De stille kracht van de taal, waarin deze woorden allemaal staan. Als je met een Indonesiër praat die geen Engels kent – en dat geldt voor de meesten – dan kun je elkaar beter begrijpen met Hollandse woorden en gebaren dan met Engels.
De naam Surabaya komt van het samenvoegen van de woorden krokodil en haai. Het verhaal doet de ronde dat er een enorm gevecht plaatsvond tussen een haai en een krokodil op de plek waar nu de stad staat. Het symbool van de stad is dan ook met elkaar verstrengelde haai en krokodil. In de stad staat een aantal monumenten die deze vechtpartij uitbeelden.
Java is, zoals veel delen van Indonesië, een heel erg vulkanisch eiland. We voelden vaak aardschokken en hadden eenmaal het angstige gevoel dat het hotel zou instorten, zo ging het tekeer.
Het hotel
Het Sheraton Surabaya was helemaal nieuw en nog maar een half jaar open. Het is een modern, stijlvol, 28 etages hoog gebouw. Het ligt in het hartje van de stad. Op de plek waar eerst een kampong lag, staan nu een modern overdekt winkelcentrum, een groot aantal restaurants, een flatgebouw van dertig etages, een parkeergarage en het Sheraton Hotel. Alleen al het betreden van de hotelhal geeft een superluxe indruk. De hal is een kopie van het Grand Hyatt Hotel in Hong Kong. Hoge, zwarte, marmeren pilaren; geelbruine met zwart ingelegde hoogglans marmeren vloeren; wijde, hoge, trappen, die de bezoeker als het ware omarmen; speciaal op maat gemaakte dikke tapijten; kristallen kroonluchters en prachtige plafondschilderingen en gedempt, indirect licht; enorme vazen met grote arrangementen tropische bloemen in het midden van de lobby. Het personeel, dat overal in groten getale aanwezig is, is gekleed in kleurige Indonesische uniformen. Op de achtergrond klinkt zachte gamelan muziek. Al met al een totaal andere sfeer dan in Afrika.
Het hotel beschikt over 348 kamers en 36 appartementen. Er zijn veel suites en op de bovenste vier etages bevindt zich een apart hotelgedeelte met de naam Towers. Daar zijn de kamers luxer ingericht en beschikken de gasten over een eigen lounge. Het hotel heeft een groot zalencomplex met in totaal acht zalen. De balzaal is groot genoeg voor 1000 personen. Gasten hebben de keuze uit zes restaurants en er is een prachtig ingerichte nachtclub/disco waar het iedere avond groot feest is. Verder beschikt het hotel over een fitnesscentrum en een buitenzwembad gelegen op de eerste etage in een tropische tuin. Op het dak van de balzaal zijn twee tennisbanen.
De hotelhal staat in verbinding met het Tunjungan Plaza shopping complex, waar ruim 500 winkels, een foodcourt, een groot aantal bioscopen, een indoor pretpark en een schaatsbaan zijn.
Roberts kantoor was gepland op de eerste etage, maar toen de eigenaar van het hotel, de heer Tedja (zie kader De familie Tedja), zich nog eens over de tekeningen boog, vond hij dat het best wat minder kon. Hij trok de zeer ruime en luxe kantoren bij het fitnesscentrum en liet elders nieuwe kantoren bouwen voor de hoteldirectie.
De familie Tedja
Het hotel, de shopping mall en het aangrenzende appartementengebouw zijn eigendom van de Chinese familie Tedjapronoto – afgekort tot Tedja. Deze familie bezit soortgelijk grootschalig onroerend goed in het centrum van Jakarta en verdeelde haar tijd tussen Jakarta en Surabaya. Ze hadden de twee bovenste etages van het hotel voor zichzelf gereserveerd en daar een paleis van een penthouse ingericht. Er was veel gebruikgemaakt van marmer, er waren binnentrappen, een kapelletje om te bidden, grote salons en eetkamers, veel slaapkamers, een groot dakterras met een tropische tuin, verschillende keukens en ruimten waar het personeel kon wonen.
Volgens ingewijden had de familie Tedja haar kapitaal opgebouwd met het exploiteren van karaokebars die dienstdeden als verkapte bordelen. In het Tunjungan Plaza shopping centrum naast ons hotel waren op de bovenste etages ook van die karaokebars. In veel kleine kamertjes werd er 'gezongen' en veel geld verdiend. We waren een paar keer te gast in hun penthouse en ontmoetten daar mensen die belangrijk waren in het netwerk van de Tedja’s. Behalve de burgemeester van Surabaya en de gouverneur van de provincie Oost-Java waren daar ook generaals en de bisschop van de kerk. De Tedja’s waren katholiek en dat is natuurlijk niet zo eenvoudig in dit door fanatieke moslims gedomineerde land. Ze hadden zich duidelijk verzekerd van de steun van God en het leger. Dat laatste bleek later goed van pas te komen toen er grote rellen en demonstraties uitbraken in 1998 tegen het regime van Soeharto.