Van 1984 tot 1987:
3. DUBAI
Dubai door de ogen van Robert en Yoka
Dubai is een heel vooruitstrevend en modern gerund, zakelijk landje. Niet een Midden-Oostenplek die meedoet aan de negatieve en gewelddadige ontwikkelingen zoals die zich voordoen in en rond Israël, de Palestijnse Gazastrook, Libanon, Iran en Irak – om maar eens wat brandhaarden te noemen. Het tegenovergestelde is het geval in Dubai. De mohammedaanse regels zijn heel relaxed en als je je houdt aan de wet is het daar prima toeven.
Dubai en de overige zes landjes die de Verenigde Arabische Emiraten vormen, zijn veilig en schoon, volop in ontwikkeling en een heel prettige en fijne plek om te wonen. Ook voor niet-moslims en niet-Arabieren.
De zon schijnt in Dubai iedere dag, het eten is er prima, de winkels, markten en de oude Soukh zijn leuke plekken om te vertoeven. Overal zijn palmbomen, zwembaden en stranden.
Van Schiphol naar Dubai is het bijna zeven uur vliegen. We kwamen midden in de nacht aan in een vochtig, warm land, en roken die typisch Arabische geuren van het koken en de parfum. De eerste tijd logeerden we in het Trusthouse Forte Dubai International Hotel, dat dicht bij het vliegveld ligt en tegenwoordig het Meridien heet. De directeur van dit hotel was de Nederlander Henk Bosch. Robert werkte goed met hem samen en leerde veel van zijn aanpak. Na een flink aantal jaren in het Verre Oosten keerde Henk rond 2005 terug naar Nederland. Op dit moment is Henk Bosch directeur van het Amstel Hotel in Amsterdam.
Robert opende zijn verkoop- en reserveringskantoor voor Trusthouse Forte in een paar hotelkamers en nam een secretaresse aan. Zij kwam over uit Londen en was voorheen de secretaresse van de schoonzoon van Lord Forte, de eigenaar van de Trusthouse Forte hotelgroep. Robert huurde voor zijn activiteiten ook een winkeltje in de lobby van het hotel en maakte daar een informatiecentrum voor de hotelgroep van.
Yoka bij KLM
Yoka werd binnen een paar dagen na onze aankomst benaderd door de KLM. Die hadden via een Nederlandse KLMer gehoord dat zij in Dubai zou komen wonen en wilden haar een baan aanbieden. Toen ze kwam praten over de inhoud van het werk stond haar naam al op het rooster van de volgende week. Het KLM-team op het vliegveld zat te springen om versterking. De KLM-vluchten landen in Dubai ’s nachts en dus was Yoka drie nachten per week, in een KLM-uniform, werkzaam op het vochtige, warme vliegveld. Ze verliet dan ons huis zo rond 10 uur ’s avonds en kwam om een uur of 3 ’s morgens, en soms nog later vanwege vertragingen of bomalarm, weer thuis. Een leuke maar heel vermoeiende en drukke baan. De visa-eisen waren in die tijd in Dubai nog heel streng en Yoka had veel te doen met passagiers die daardoor in de problemen kwamen. Ongetrouwde vrouwen mochten niet het land in en zo waren er nog veel meer voor ons soms onduidelijke redenen waarom een visum geweigerd kon worden. Dubai was ook de luchthaven waar de vliegtuigen, die toen nog niet zulke lange afstanden konden vliegen, een tussenlanding maakten op weg naar of op terugweg van het Verre Oosten. Terwijl het vliegtuig werd klaargemaakt voor de volgende etappe van de vlucht, mochten de passagiers eruit om tax free inkopen te doen en om even de benen te strekken. Om alle passagiers weer op tijd aan boord te krijgen, was vaak een heel gedoe. Er waren regelmatig passagiers die uit Iran kwamen om over te stappen op een vlucht naar het Westen. Deze Iraniërs wilden graag dollars voor het vervolg van hun reis en brachten in hun bagage blikken kaviaar mee om te verkopen voor dollars. Zodoende kwam Yoka regelmatig thuis met veel Beluga-kaviaar die ze voor een schijntje op het vliegveld had gekocht. We lieten het ons goed smaken en serveerden op onze feestjes kaviaar alsof het pinda’s waren.
Woongenot
Na een paar maanden betrokken we ons nieuwe huis in de wijk Al Garoud vlak achter het Dubai International Hotel. We huurden dit huis, dat nieuw, modern, licht en precies op maat was voor ons gezin. Het huis maakte deel uit van een compound met twaalf andere huizen die rondom een grote binnentuin lagen. We maakten veel gebruik van het prachtige zwembad in die tuin. We kochten leuke meubelen, tuinmeubelen en een BBQ bij Habitat en genoten van de vele, lange, warme avonden onder de sterrenhemel. We plantten struiken en bomen in het woestijnzand en strooiden er kamelenmest op. We creëerden een rotstuin met cactussen; iedere avond flink veel water en alles groeide en bloeide dat het een lust was.
Onze buurman was Colm McGloughlin, de grote man achter het succes van de Dubai Airport Tax Free shopping. Dit complex werd door hem geopend in december 1983 en behoort tot de grootste en beste ter wereld. Colm en zijn vrouw Breda zijn nu ruim 24 jaar later nog steeds in Dubai en hij heeft inmiddels de status van een celebrity. Hij is daar nu een beroemd en alom gerespecteerd man. Dubai Tax Free is sponsor van veel grote sportevenementen en Colm staat regelmatig op de voorpagina van de plaatselijke kranten.
Vrienden voor het leven
We werden snel lid van de Dubai Offshore Sailing Club. Daar brachten we veel weekenden door. We kochten een windsurfplank en kleine zeilboot van het type laser en beoefenden enthousiast de zeilsport. We zwommen vaak in zee en hadden bijna iedere vrijdag een BBQ op het terras van de zeilclub.
We hebben aan de Dubai-jaren een aantal heel goede vrienden overgehouden. Echtparen en gezinnen die ook met veel plezier in dit kleine, heel dynamische landje woonden. Sommigen van hen wonen er nu, ruim twintig jaar later, nog steeds. Het is fantastisch om ze weer te ontmoeten en herinneringen op te halen aan de avonturen en aan ons leven in het Midden-Oosten. Veel Dubai- expats zijn inmiddels verhuisd naar andere landen, of zijn terug in Nederland, maar dankzij internet en e-mail houden we makkelijk contact. Nu er een groeiend aantal pensionado’s is, hebben we ook meer tijd elkaar te bezoeken.
Droopy
Tijdens een van onze zomervakanties logeerden we in Nederland in Hotel Bad Boekelo. We hadden behoefte aan rust, frisse lucht en groene natuur. De kinderen hadden al eens gevraagd of we geen hondje konden nemen. Ze hadden een oogje op een dalmatiër. Een leuke, modieuze hond. Op een boerderij in de Achterhoek vonden we een dalmatiërfokker. In zijn schuur had hij een prachtig nest jonge dalmatiërs. We zochten de meest actieve en mooiste uit. We noemden hem Droopy. Droopy moest dus mee terug naar Dubai. We kochten bij de KLM een verhuiskennel voor middelgrote honden en regelden met de KLM-vrachtafdeling dat Droopy kon meevliegen naar het Midden-Oosten. Omdat alle vluchten naar Dubai vol waren, moesten we een alternatieve route bedenken en vlogen we – met Droopy – van Amsterdam naar Abu Dhabi. Niet zo’n probleem, want dat is maar 150 kilometer van Dubai.
Bij aankomst ’s nachts op het vliegveld van Abu Dhabi bleek dat Droopy de reis goed had doorstaan. Van vreugde deed hij een grote plas op de vloer van de aankomsthal. De Indiase schoonmaker zag een gele plas, kwam aanlopen om met zijn dweil te gaan moppen. Hij wist niet zeker wat dat gele spul was en ging, omdat het ook weleens whisky zou kunnen zijn, eerst even op zijn knieën om eraan te ruiken. Toen hij ervan overtuigd was dat het geen sterke drank was, werd Droopy’s plas keurig opgedweild. We hadden twee taxi’s nodig voor al onze koffers, Droopy en ons vieren. We onderhandelden over de prijs van de rit met de Pakistaanse taxichauffeurs en toen we het eens waren, vertrokken we in colonne richting het 150 kilometer verderop liggende Dubai. Halverwege die nachtelijke rit door de woestijn ging een van de twee auto’s kapot en kon niet verder.
De chauffeur wilde toch betaald worden voor het stuk dat hij had gereden. Dat hebben we geweigerd, we hadden hem aangenomen om ons naar Dubai te brengen en niet halverwege in de woestijn af te zetten. We moesten toen alles nog overladen in één auto en zaten de rest van de rit boven op koffers en tassen met Droopy op schoot. De chauffeur was bang voor de hond en bracht ons veilig naar huis.
Dogs in Dubai
Droopy bracht een heleboel leven in de brouwerij. Het was een superactief hondje dat graag speelde met de kinderen en het liefst op schoot zat. Als hij de kans kreeg, groef hij de hele tuin om. We hadden met veel moeite in ons stukje woestijn een leuke tuin aangelegd waarin zelfs tomaten en groenten goed groeiden. Droopy wist daar wel raad mee en al ons zorgzame werk werd door hem snel geruïneerd. Er bleef weinig heel van alles dat hij te pakken kon krijgen. Zijn voorliefde ging uit naar de plastic slippers van de Indiase tuinman. Daar zat waarschijnlijk een heel fijn luchtje aan. We hebben zeker tien keer nieuwe slippers voor de tuinman moeten kopen.
Toen er een heuse hondenshow in Dubai werd georganiseerd en de jury van de beroemde Crufts Dog show daarvoor uit Londen overkwam, schreven we Droopy in om mee te doen aan een echte show voor rashonden. De show – de eerste echte dog-show in Dubai – trok veel deelnemers. De tv en de pers maakten er verslagen van. Er wonen heel veel Engelsen in Dubai en die zijn gek op honden. De bedoeling was dat Ellen met Droopy in de eerste ronde de arena in zou gaan en een paar rondjes lopen voor de jury. Maar vanwege plankenkoorts haakte Ellen op het laatste moment af en moest Robert haar plaats innemen. Er waren zeker honderd deelnemende honden, ingedeeld in verschillende groepen. We wonnen direct al de eerste prijs in onze categorie van 'utility dogs'. In de volgende ronde moesten alle winnaars van de verschillende categorieën optreden voor de titel 'best dog of the show'. Wat een verrassing: Droopy eindigde op de tweede plaats. Omdat de winnaar van de eerste prijs uit Abu Dhabi kwam en dus niet woonachtig in Dubai, was de conclusie gerechtvaardigd dat wij de beste hond in Dubai hadden. De prijzen bestonden uit prachtige certificaten, een kristallen vaas en dhs 750 cash. We waren heel trots op Droopy. We werden benaderd door een Duitser uit Sharjah die een vrouwelijke dalmatiër had of we er voor voelden Droopy met zijn teefje te laten fokken. Uiteindelijk liep het anders: toen wij teruggingen van Dubai naar Nederland verkochten we Droopy, nadat we zeker wisten dat hij daar een prima leven zou hebben, aan deze Duitse hondenfokker. Droopy was ons dankbaar – en deed enthousiast wat van hem werd gevraagd.
Engels met accenten
Ellen en Robert-Paul hadden het prima naar hun zin op de Dubai English Speaking School. Er waren volop activiteiten en veel sport. De school beschikte over een groot zwembad waar veel getraind werd. Zij spraken al snel prachtig en heel beschaafd Engels. Alhoewel dat niet vanaf het begin het geval was. Voordat het nieuwe schooljaar begon en toen we nog in het hotel woonden speelden zij met Amerikaanse kinderen uit Texas en spraken daardoor hun eerste Engels met een zwaar Amerikaans Texas-accent. Toen we verhuisden naar ons huis in Al Garoud hadden we daar Ierse buren en van die kinderen leerden zij al snel Engels met een Iers accent. Het kwam pas goed met het taalgebruik toen ze naar de Dubai English Speaking School gingen en daar leerden om het 'Queen’s English' te spreken.
Uitstapje naar Bahrein
Robert moest regelmatig naar Bahrein voor besprekingen in het THF Diplomat Hotel. We besloten dat het leuk zou zijn om daar eens met ons hele gezin een paar dagen door te brengen. We maakten van de gelegenheid gebruik een bezoek te brengen aan de plek waar Ballast Nedam de 'Causeway' aan het bouwen was: een 26 km lange brug van Bahrein naar het vasteland van Saudi-Arabië. Een schitterende en indrukwekkende constructie – bouwkosten ruim een miljard dollar. Met schoongewassen zand en gefilterd water werden brugdelen gemaakt. Die werden met behulp van speciale drijvende kranen op zee naar de brugpijlers gevaren en dan met behulp van computers op de millimeter precies neergelaten. Eén zo’n brugdeel weegt ongeveer zo veel als drie volgeladen jumbojets.
Tijdens ons bezoek aan Bahrein gingen we een hapje eten bij Tom Overmeer en zijn gezin. Tom was directeur van het Hilton Hotel en Roberts voorganger bij het Hilton Hotel in Amsterdam. De vrouw van Tom exploiteerde in de hotellobby een bloemenwinkel. Zij importeerde de bloemen uit Nederland en leverde behalve aan het hotel ook aan particulieren in Bahrein en als klap op de vuurpijl aan de paleizen van de koninklijke familie. Daar waren regelmatig grote bruiloften en partijen waar voor duizenden dollars bloemstukken werden geleverd. Een goede business voor Nederland en de familie Overmeer.
Kunst afkijken bij Sheraton
Robert moest onder andere voor THF een reserveringskantoor voor het Midden-Oosten openen en onderzocht of er succesvolle hotelreserveringskantoren waren waar hij de kunst zou kunnen afkijken. Het bleek dat Sheraton een heel goed kantoor runde in Bahrein. Robert ging er kijken en maakte kennis met de Belgische directeur Guido de Wilde. Guido was erg behulpzaam en zij voerden vaak gesprekken over het reilen en zeilen van een hotelketen in de regio. Zij konden toen, in 1984, nog niet weten dat ze elkaar vele jaren later, toen Robert ook bij Sheraton werkte, nog vaak zouden tegenkomen. Guido de Wilde werd een paar jaar later directeur van Sheraton in Portugal en wij waren zijn gast in het Sheraton Lissabon en in het Sheraton Pine Cliff in de Algarve. Op dit moment is Guido Starwood’s president voor het Midden-Oosten en Afrika en hij werkt vanuit Dubai. We houden contact met hem.
Koninginnedag
We waren actief lid van de Nederlandse Vereniging in Dubai en bewaren heel goede herinneringen aan de viering van de Hollandse feestdagen. Vooral Koninginnedag werd groots aangepakt. Robert nam zitting in het Oranjecomité. Met behulp van de KLM kwamen er haring, kaas en bitterballen uit Nederland. De versieringen waaronder alle provincievlaggen en oranje wimpels, posters en foto’s van de koninklijke familie brachten we zelf mee. We kochten die spullen in de feestartikelenwinkel op de Rozengracht in Amsterdam. We zochten daar in de kelder naar leuke oranje versiering en kwamen nog wat kranten tegen uit de periode dat Beatrix trouwde met Claus en er rookbommen werden geworpen in de Raadhuisstraat vlak bij de feestwinkel op de Rozengracht.
Het feest vond plaats in de balzaal van het Dubai International Hotel. Er werden meters hoge Delftsblauwe geveltjes gemaakt uit piepschuim en er werden marktkramen gebouwd. Vele typisch Hollandse gerechten zoals erwtensoep, zuurkool, hutspot, rookworst, haring, patat friet, broodje kaas en appeltaart werden geserveerd door het in Volendams kostuum geklede Filippijnse personeel. Er waren ruim 400 gasten. De muziek kwam uit Nederland en ook artiesten zoals Herman Emmink gaven acte de présence. Aan het plafond hingen alle Nederlandse provincievlaggen. De balzaal van het hotel zag er prachtig uit. We zongen uit volle borst Hollandse liedjes die we overnamen van een plaat van Andre van Duin. De tekst werd geprojecteerd met behulp van een overheadprojector. Op het hoogtepunt van de feestavond kondigde Robert, die optrad als ceremoniemeester, een grote verrassing aan. Het had de koningin behaagd om hoogstpersoonlijk naar Dubai te komen om de Nederlandse gemeenschap te ontmoeten. Er viel een doodse stilte in de zaal toen Beatrix binnenschreed. De adem stokte velen in de keel, men dacht even dat het echt de koningin was die over de rode loper onder de tonen van het Wilhelmus binnen kwam schrijden. Zonder dat iemand het wist hadden wij deze lookalike van Beatrix – in het echt heette ze Janny Baai – uit haar woonplaats Zoetermeer laten overkomen. We lieten haar plaatsnemen op een chique, goud krullerig bankje met daarachter de tekst '1984 Een Koninklijk Onthaal in Dubai'. Alle aanwezigen konden met de koningin op de foto en die als aandenken aan dit feest meenemen.
Kerst in het Verre Oosten
Eind 1985 wilden we graag met vakantie naar het Verre Oosten. Yoka kon inmiddels van de KLM tickets krijgen, maar alle KLM-vluchten van Dubai waren vol in de drukke decembermaand. Uiteindelijk bleek er nog plaats op Kerst en Oudejaarsavond. We boekten van Dubai naar Bangkok en vlogen Eerste Kerstdag in de businessclass heel comfortabel naar Thailand. In Bangkok hadden we kamers geboekt in het Siam Intercontinental Hotel. Er was gelijk de eerste avond een prachtige dansshow aan de rand van het zwembad. We verkenden Bangkok en omgeving, niet wetende dat Robert-Paul daar ruim 15 jaar later zou wonen en werken. We gingen naar een slangenfarm en naar Rose Gardens, we voeren in een bootje in de floating market en hadden een prima tijd. Van Bangkok vlogen we naar Singapore waar we ook volop in de kerstsfeer terecht kwamen: schitterende versieringen en verlichting in dit shopping paradijs. We sliepen in het Mandarin Hotel op Orchard Road en ontmoetten daar de kerstman. Van Singapore vlogen we naar Jakarta, waar we een prachtige suite kregen in het Hilton Hotel. De Assistant General Manager in dit hotel was Jan Wijnen, met wie Robert vier jaar had samengewerkt in het Amsterdam Hilton. We ontmoetten in het Jakarta Hilton ook de familie Beumer, die we hadden leren kennen in Dubai. Joost was in Dubai directeur van de ABN en tevens honorair consul van Nederland. Later zouden Robert-Paul en Ellen op de Internationale School in Amsterdam studeren, samen met Eva, de dochter van Beumer. Robert-Paul zette zijn studie toen voort op de Hogere Economische School en ook Eva Beumer volgde diezelfde opleiding. Typische expat studiepatronen.
Hutspot in Indonesië
Van Jakarta reden we met een auto met chauffeur naar Bandung, waar we Oud en Nieuw vierden. We bezochten het bekende Hotel Homan, waar we verrast werden met een typisch Nederlands menu met erwtensoep en hutspot. In Buitenzorg bekeken we de paleizen en de tropische tuinen. Overal ontmoetten we oudere Indonesische mensen die nog behoorlijk Nederlands konden spreken. We vervolgden onze reis per trein naar Yokyakarta. Omdat de eerste klas vol was, kochten we kaartjes voor de tweede klas. Een fantastische treinreis door de rijstvelden en kampongs. We stopten zo ongeveer om de twintig kilometer en de trein werd dan bestormd door verkopers van eten en drinken en souvenirs. Vanwege zijn hoogblonde haren stond vooral Robert-Paul in het middelpunt van de belangstelling. Kinderen stonden in groepjes op het perron naar hem te wijzen en renden mee als de trein wegreed. Robert kon de verleiding niet weerstaan om in de restauratiewagen een lekker bordje nasi goreng met saté te eten. Toen we aankwamen in ons hotel in Yokyakarta werd hij doodziek, moest overgeven en had zware darmklachten. Geen wonder als je terugdenkt aan de slechte hygiënische omstandigheden in de kleine kombuis, die in de trein vlak naast de toiletten lag. We sliepen in een heel koloniaal en nostalgisch hotel, deels gevestigd in een paleis van de sultan. ’s Avonds was er een wajangshow en werden er traditionele dansen opgevoerd. We genoten van het heerlijke eten en bezochten de Borobudur en nog wat andere in de omgeving gelegen tempels. Ook brachten we tijd door bij de zilversmeden en de batikfabriekjes. Daarna vlogen we terug naar Jakarta met Garuda en stapten over op de KLM om weer via Singapore terug te vliegen naar Dubai.
Vijftien jaar later woonden we in Indonesië in Surabaya en bezochten we al deze plaatsen nog een keer.
Reorganisatie
Trusthouse Forte Hotel’s hoofdkantoor in Londen besloot in 1986 de verkooporganisatie te reorganiseren. Vanwege bezuinigingen werd het Midden-Oostenkantoor gesloten. Robert werd gevraagd naar een andere baan binnen de firma uit te kijken.
Na een half jaar operationele stage in verschillende Europese hotels kreeg hij een baan aangeboden in Amman, de hoofdstad van Jordanië. In het nieuw te openen hotel Amman Plaza zou Robert adjunct-directeur kunnen worden. We woonden inmiddels alweer in ons huis in Sassenheim, maar gingen graag terug naar het Midden-Oosten, waaraan we zo veel goede herinneringen hadden.
We maakten voorbereidingen voor ons vertrek naar Amman. De persoonlijke eigendommen werden door een verhuizer in een container geladen. Ons huis konden we zo snel nog niet verhuren, maar dat zouden we wat later zeker weer doen.
Teleurstelling in Jordanië
We gingen naar Schiphol en vlogen met Royal Jordanian in businessclass naar Amman. Aan boord waren nogal wat donkere kerels die, zo bleek later, als veiligheidsbeambten (soldaten in burger) meevlogen. We arriveerden ’s nachts in Amman en er hing een gespannen sfeer op en rond het vliegveld, veel gewapende soldaten en roadblocks. Niet een warm welkom. We werden met een paar busjes naar ons appartement gereden, dat midden in de stad tegenover het hotel lag.
Dit appartement was op de derde etage in een kantoorgebouw. De hele dag liepen er vreemde mensen door het trappenhuis. Het was een komen en gaan van duistere figuren. De inrichting was met geen pen te beschrijven. Foeilelijke, ouderwetse, Arabische meubelen; harde bedden met nylon lakens en dekens; een primitieve keuken met de allergoedkoopste apparatuur en borden, bestek en pannen; kakkerlakken in de badkamer. De binnendeuren konden niet open of dicht, want de nieuwe nylon hoogpolige vloerbedekking was te hoog en blokkeerde de deuren. Alle stoelen, tafels, en kasten waren genummerd. Al met al een niet-acceptabele woonomgeving. We waren het zo goed gewend in Dubai en hadden hier ongeveer hetzelfde verwacht. Ellen barstte in tranen uit en vertelde ons in duidelijke bewoordingen dat ze hier echt niet wilde wonen. We waren heel erg teleurgesteld.
Robert ging de dag na aankomst naar het kantoor van de directeur van het nog te openen Amman Plaza Hotel. Deze man, die Roberts directe baas was, begon gelijk te praten over het werk en hoe hij de taakverdeling zag. Robert vroeg eerst zijn aandacht voor onze woonsituatie, maar daar kon en wilde hij niets aan doen. Het appartement was het enige beschikbare. Robert stelde voor in het hotel te gaan wonen of uit te kijken naar een andere oplossing. Een huis huren en misschien daarvan een gedeelte van de huur zelf betalen? Alle voorstellen voor verbetering waren tegen dovemansoren gezegd. Robert belde toen het THF-hoofdkantoor in Londen, maar daar waren de mensen die het voor het zeggen hadden met vakantie of niet bereikbaar. We moesten snel een beslissing nemen en omdat de situatie echt onacceptabel was en we niet nog een nacht in die ellendige situatie wilden doorbrengen, besloten we naar het Marriott Hotel te verhuizen en daar onze intrek te nemen. Robert had nog een keer een gesprek met de hoteldirecteur, maar toen die zei dat hij echt niets kon veranderen omdat de eigenaren van het hotel daar niet mee instemden, kochten we tickets terug naar Schiphol. Robert belde snel de verhuisfirma in Nederland op om onze container niet te verschepen en die tot nader order maar op de kade in Rotterdam te laten staan.
Scheidende wegen
Bij aankomst op Schiphol namen we eerst een nacht kamers in het Schiphol Hilton. We moesten even bijkomen van ons nare avontuur. Het was een enorme domper. De volgende dag gingen we per taxi terug naar Sassenheim, waar we de sleutel van ons huis ophaalden bij de buren. Zij konden hun ogen niet geloven: een dag of vier geleden hadden we uitgebreid afscheid genomen en nu stonden we alweer op de stoep.
We pakten uit en brachten ons Sassenheimse huis weer terug in de oude staat. De verhuizer leverde de container uit Rotterdam weer af in Sassenheim.
Robert ging naar Londen voor een gesprek op het THF-hoofdkantoor. Hij nam de pittige onkostenrekening mee. Dit alles werd netjes betaald. Men had wel begrip voor de situatie. Kennelijk was ons niveau van wonen en leven niet goed begrepen, men had gedacht dat alles in Amman heel goed in orde was. Er werd een nieuw carrièreplan gemaakt. Robert kreeg stageplaatsen in verschillende hotels in Duitsland, in België, in Engeland en op Sardinië. Dit alles om hem klaar te stomen voor een nieuwe operationele functie. Het mocht echter niet zo zijn. De firma kon niet de geschikte baan aanbieden. We waren nogal verwend met een heel goed belastingvrij expatcontract. Robert besloot dat de wegen zich zouden gaan scheiden. Het einde van de THF-jaren was aangebroken.
Hollandse kneuterigheid
Via een headhunter werd Robert benaderd voor een functie bij Martin Air op Schiphol. Na een aantal testen en sollicitatiegesprekken werd Robert aangesteld in de functie van Hoofd Passage verkoop, sub-charters en leases. In deze baan werd Robert veel betrokken bij de harde onderhandelingen, die zich voordoen bij de verkoop van charter vliegtuigstoelen aan de touroperators. Ook werd er een DC10 geleast aan de Joegoslavische luchtvaartmaatschappij JAT, er werden gipsvluchten uitgevoerd met een DC 9 en er werden via de UN in New York Iraakse gevangenen gevlogen vanuit Iran terug naar Irak. De wilde vaart in de luchtvaartindustrie. Jammer genoeg was de sfeer op het kantoor van Martin Air, waar de grote baas Martin Schröder himself altijd zeer dominant aanwezig was, nogal benauwend. In het strakke gareel lopen van zo’n echt Hollands bedrijf en een boterham kaas met een glas melk tussen 12 en 1 in de kantine beviel Robert niet. Iedere dag de ochtendspits naar Schiphol, de regen, de grijze luchten en het wat kneuterige Nederlandse denken vond hij niet aantrekkelijk. Hij was zijn status, de glamour en vrijheid kwijt, moest in het gareel in een werkomgeving en sfeer waarin hij zijn verdere leven echt niet zou willen doorbrengen.
Alex van Heeren
Na een zestal maanden kwam er een oplossing. Rob Mul, de directeur van het Marriott Hotel in Amsterdam, die Robert nog goed kende van zijn Hilton-tijd, introduceerde ons aan de Nederlander Alex van Heeren, de eigenaar van de heel exclusieve Huka Lodge in Nieuw-Zeeland. Hij zocht een echtpaar dat de leiding op zich wilde nemen en was voor de selectie van zijn nieuwe managers overgekomen naar Nederland. We hadden een eerste ontmoeting in het World Trade Center in Amsterdam. Alex van Heeren had als ondernemer in Zuid-Afrika veel geld verdiend en had een gedeelte daarvan belegd in Nieuw-Zeeland en in Fiji. Hij was grootaandeelhouder in het Nieuw-Zeelandse bedrijfsleven en de honorair consul van Nederland in Auckland. We ontmoetten elkaar nog een aantal maal en lieten ons briefen over het functioneren van Huka Lodge en onze taak. Het klikte tussen Alex van Heeren en ons, maar toch gingen we niet meer over één nacht ijs. We hadden geleerd van ons Jordanië-debacle. Voor we verder gingen, wilden we eerst zelf ter plekke zien of dit wel een goede keuze was. We bezochten voor de aanvraag van onze visa de Nieuw-Zeelandse ambassade in Den Haag en kregen een pak folders en veel informatie mee. Vervolgens boekten we een reis naar Nieuw-Zeeland.

Op verkenning in Nieuw-Zeeland
We brachten met zijn vieren een week door in Auckland en Taupo en leerden de omgeving, de Lodge en de Nieuw-Zeelandse levenswijze en plaatselijke omstandigheden aardig kennen. We sliepen in de prachtige luxe kamers van Huka Lodge, gingen forellen vissen en paardrijden. We toerden wat in de omgeving en bekeken ons toekomstige huis, Taupo, de scholen en de golfcourse. Het leek ons allemaal wel wat. De natuur was adembenemend, de Lodge een juweeltje en het klimaat heerlijk. Niemand mopperde over de CO2-uitstoot. We besloten te verhuizen van het noordelijk halfrond naar het uiterste puntje van de bewoonde wereld op het zuidelijk halfrond.
Bij terugkeer in Nederland bood Alex van Heeren ons de positie van Management Couple aan. We tekenden het contract en Robert nam ontslag bij Martin Air.